Een Overvloed Aan Smart Cities: Een Nieuwe Fase Voor Slimme Stedenbouw
13 december 2021 
6 min. leestijd

Een Overvloed Aan Smart Cities: Een Nieuwe Fase Voor Slimme Stedenbouw

Eerder deze week kondigde de gemeente Den Bosch aan dat ze een felbegeerde subsidie van 200.000 euro ontvangen hebben van de Europese Unie. Het doel van deze subsidie? De installatie van een zogenoemde Smart City Monitor, waarmee de gemeente meer te weten hoopt te komen over de bewegingen in de binnenstad. 

 

Volgens de officiële lezing zorgt dit niet alleen voor een beter inzicht in bezoekers- en verkeersstromen, maar ook kan het leiden tot meer informatie over de luchtkwaliteit én de ‘gebruikerservaring’ van bezoekers aan de stad. “Op deze manier kunnen verschillende data aan elkaar worden gekoppeld. Dat levert belangrijke informatie op om voorspellingen te doen en om met passende oplossingen te komen,” legt de gemeente uit op haar site.

 

Het is niet de enige Nederlandse gemeente die op het moment druk is met het uitzoeken van manieren waarop het predicaat ‘Smart City’ verkregen kan worden. Zo publiceerde de gemeente Apeldoorn onlangs dat zij ook plannen op dit gebied hebben. Inmiddels zijn veel lantaarnpalen in de binnenstad voorzien van ‘witte kastjes’, zoals de gemeente het zelf uitlegt. 

 

Deze ‘kastjes’ zijn kleine zenders, die samen een groot draadloos internetnetwerk vormen - waar iedereen in Apeldoorn gratis gebruik van kan maken. En juist omdat nu de hele binnenstad voorzien is van een vorm van internet, kunnen diverse slimme toepassingen geïmplementeerd worden. Zo hoopt de gemeente een systeem te implementeren waarmee vrije parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen aangegeven kunnen worden.

 

Verder zullen er sensoren geïnstalleerd worden die aangeven of bomen en planten genoeg water krijgen, of dat de plantsoendienst er wellicht nog een extra keertje langs moet. Maar ook teveel water - bijvoorbeeld een ondergelopen tunnel - kan zo tijdig gesignaleerd en opgelost worden. 

 

In een andere noviteiten-oplossing, hoopt Apeldoorn de verkeerslichten te koppelen aan de buienradar, zodat fietsers bij slecht weer voorrang krijgen over automobilisten. Tenslotte meten geluidssensoren eventueel overlast van vliegtuigen, snelwegen, of druk verkeer. 

 

Klinkt allemaal geweldig en nuttig, maar toch maken de inwoners van de Gelderse stad zich druk om hun privacy. Nu heeft de gemeente weliswaar toegezegd om de data met de hoogst mogelijke nauwkeurigheid te behandelen, daarbij rekening houdend met inclusiviteit, zeggenschap, openheid en transparantie, maar niet iedereen lijkt daarop te vertrouwen. Het bekende Sting-nummer ‘Every step you take’ werd op social media al wel eens aangehaald in referentie naar deze witte kastjes.

 

Apeldoorn en Den Bosch zijn slechts twee van de meest recente Nederlandse steden die zich aangesloten hebben bij de Global Smart Cities Alliance. Inmiddels staan er al behoorlijk wat meer in, met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag al vaste verschijningen in de wereldwijde top 30 - met Amsterdam op nummer 17, Rotterdam op nummer 27, en Den Haag op nummer 23. 

 

Amsterdam is weliswaar 8 plekken gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar, maar doet het nog steeds goed. De woningcrisis en verkeersdrukte leidde tot de lagere notering, maar dit werd nog enigszins gecompenseerd door het openbare vervoer, de aanwezigheid van betrouwbaar en snel internet, de toegankelijkheid van shows en musea met online ticketsystemen, culturele activiteiten, medische diensten en onderwijs. 

 

Rotterdam scoorde ook goed op de meeste van deze punten, met name op de aanwezigheid van culturele activiteiten, online ticketsystemen, het zorgstelsel en het openbaar vervoer. Minpuntjes waren in deze stad wederom de woningcrisis en verkeersdrukte. Net zoals Den Haag, waar ook de gezondheid van inwoners een lage score ontving, maar waar op andere vlakken zeer goed gescoord werd.

 

Weliswaar is de aanwezigheid van 3 Nederlandse steden in de top 30 een goed teken, toch is het nog niet ideaal. Bovenaan de lijst staan weliswaar ook de geijkte Aziatische steden als Singapore, Taipei en Seoul, maar ook de aanwezigheid van een groot aantal Europese steden is hier opvallend te noemen. Zo kwamen namen als Zurich, Oslo, Lausanne, Helsinki, Kopenhagen en Genève terug in de top 10.

 

Het toont maar eens aan hoe groot de bereidwilligheid van steden tegenover het Smart Cities-concept is in Europa - en daarmee dus ook in Nederland. Een onderzoek uitgevoerd door Ecorys in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (link: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/08/20/maatschappelijk-impact-van-slimme-en-duurzame-verstedelijking), liet onlangs eveneens zien dat de investering in smart city-projecten leidt tot een verdubbeling van de maatschappelijke meerwaarde, vergeleken met de traditionele stedenbouwkundige principes. 

 

Zo worden slimme steden niet alleen gezien als leefbaarder, maar ook als financieel en maatschappelijk waardevoller. Tegenstanders blijven de nadelen op het vlak van privacy opwerpen, maar deze lijken steeds minder op te wegen tegen de enorme voordelen voor de openbare veiligheid, gemeentelijke efficiëntie en bereikbaarheid. 

 

Verder benadrukte het rapport dat zogenoemd ‘binnenstedelijk’ bouwen een stuk voordelig is dan buiten de stadsgrenzen kijken: de ‘verdichting’ zou een directe  maatschappelijke meerwaarde creëren van rond de 1.2 miljard euro tot 2050. Weliswaar vraagt dit wel om een initiële investering van 2.7 miljard euro in diezelfde tijd, maar zal dit ruimschoots gecompenseerd worden door de ‘bijkomende’ positieve maatschappelijke effecten - denk aan een betere gezondheid en minder hittestress.

 

Het rapport gaat juist op deze ‘indirecte’ waardevermeerdering in, waarbij er niet direct een financiële meerwaarde is maar wel een groot maatschappelijk voordeel - wat indirect weer kosten bespaart. Denk aan een gezondere en duurzamere leefomgeving, waarbij meer groen in de stad is, de lucht schoner is, en mobiliteit flexibel en betaalbaar is.

 

De tendens die we de laatste weken dus zien, met ook projecten in kleinere gemeentes als Apeldoorn en Den Bosch, toont aan dat er in de Nederlandse bestuurskamers goed gekeken is naar dergelijke rapporten. Het gaat immers verder dan alleen het bestuurlijke aspect, maar ook de algehele leefbaarheid en zelfs aanpak van het klimaatprobleem vindt zijn basis in dergelijke initiatieven. 

 

Als er nu ook nog in Nederland een slimme oplossing gevonden kan worden voor het woningtekort, zullen er volgend jaar wellicht nog meer steden in de lijst staan. 

Over de schrijver
Reactie plaatsen